Cijferreeksen

Cijferreeksen oefenen: alle patronen met uitleg en een gratis oefentest

Bij een cijferreeks zoek je de regel achter een rij getallen, en de rekensom zelf is meestal makkelijk. Wie de acht patronen kent die in capaciteitentests steeds terugkomen, lost de meeste reeksen binnen een halve minuut op. Op deze pagina leer je die patronen herkennen, oefen je zes reeksen met volledige uitwerking en maak je daarna een gratis oefentest: 25 cijferreeksen in 15 minuten, zonder rekenmachine.

Redactie PrepClubs, bijgewerkt op 22 oktober 2026

Kort antwoord

Zo los je een cijferreeks op: schrijf eerst de verschillen tussen de getallen op. Zijn die gelijk, dan heb je de regel. Groeien de verschillen, kijk dan naar de verschillen van de verschillen. Groeit de reeks heel snel, probeer vermenigvuldigen. Springt de reeks op en neer, splits hem in de getallen op de even en de oneven plaatsen. Kom je er nog niet uit, controleer dan kwadraten (4, 9, 16, 25), derde machten (8, 27, 64) en de som van de twee vorige getallen.

Reeksen
25
van makkelijk naar moeilijk
Tijd
15 min
ongeveer 36 seconden per reeks
Keuzes
5
antwoordmogelijkheden per vraag
Rekenmachine
Nee
net als in de meeste echte tests
Start de gratis cijferreeksen-test

Je begint zonder account. Je e-mail of Google heb je pas aan het eind nodig, om je score te bewaren.

Wat zijn cijferreeksen en waar kom je ze tegen?

Bij een cijferreeks krijg je een rij getallen en kies je welk getal er op de plaats van het vraagteken hoort. Er zit altijd één regel achter: optellen, aftrekken, vermenigvuldigen, delen of een combinatie daarvan. Soms staan er zelfs twee reeksen door elkaar.

Je komt cijferreeksen tegen in het numerieke deel van bijna elke capaciteitentest: bij sollicitaties voor mbo-, hbo- en wo-functies, bij traineeships en bij grote werkgevers in de publieke sector, zoals Defensie. Ze meten hoe snel je een patroon ziet en hoe zuiver je rekent onder tijdsdruk. Juist dat tempo maakt ze lastig, en juist daarom helpt oefenen zo goed: na een paar rondes herken je de patronen in één oogopslag.

De acht patronen die steeds terugkomen

Bijna elke cijferreeks in een capaciteitentest valt in een van deze acht families. De laatste kolom vertelt waaraan je het patroon herkent, zodat je weet wat je als eerste moet proberen.

Patronen in cijferreeksen, met voorbeeld en herkenningsteken
PatroonVoorbeeldZo herken je het
Vast verschil17, 21, 25, 29, 33 (steeds +4)De reeks loopt gelijkmatig op of af
Vermenigvuldigen of delen6, 24, 96, 384 (steeds ×4)De getallen worden snel heel groot of heel klein
Groeiend of krimpend verschil4, 19, 32, 43, 52 (+15, +13, +11, +9)De verschillen volgen zelf een vaste stap
Verdubbelend verschil9, 10, 12, 16, 24, 40 (+1, +2, +4, +8, +16)Eerst traag, daarna ineens snel
Afwisselende bewerkingen3, 6, 8, 16, 18, 36 (×2, +2)De reeks maakt om en om een grote en een kleine sprong
Twee reeksen door elkaar15, 41, 17, 39, 19, 37 (+2 en -2)De getallen springen op en neer zonder logica
Kwadraten en derde machten8, 27, 64, 125 (2³, 3³, 4³, 5³)Je ziet bekende getallen als 16, 25, 36, 49, 64
Som van de vorige twee1, 4, 5, 9, 14, 23 (4 + 5 = 9)De verschillen lijken op de reeks zelf
De verschillenladder: de reeks 2, 3, 6, 11, 18, 27 met de verschillen +1, +3, +5, +7, +9 en daaronder steeds +2, zodat het volgende getal 38 is.
De verschillenladder: zijn de verschillen niet gelijk, kijk dan een rij lager.

Stappenplan: zo los je elke cijferreeks op

Werk altijd in dezelfde volgorde. Dan hoef je niet na te denken over je aanpak en houd je je hoofd vrij voor het rekenwerk.

  • Kijk eerst naar het verloop. Loopt de reeks rustig op, dan gaat het om optellen. Wordt hij ineens heel groot, denk dan aan vermenigvuldigen. Springt hij op en neer, dan staan er waarschijnlijk twee reeksen door elkaar.
  • Schrijf de verschillen tussen de getallen op, klein onder de reeks. Dat ene trucje lost al de helft van alle reeksen op.
  • Zijn de verschillen niet gelijk, schrijf dan de verschillen van de verschillen op. Zo vind je reeksen waarin de stap steeds 2 of 3 groter wordt.
  • Splits een springerige reeks in de getallen op de oneven plaatsen (1e, 3e, 5e) en de even plaatsen (2e, 4e, 6e). Tel daarna welke plaats het vraagteken heeft, want daarvan hangt af welke van de twee reeksen je moet afmaken.
  • Herken je getallen als 9, 16, 25 of 27, 64, 125? Dan zit er een kwadraat of een derde macht in, soms met +1 of -1 erbij.
  • Controleer je regel op alle getallen, niet alleen op de eerste drie. Een regel die alleen aan het begin klopt, is niet de regel.
  • Zit je vast, reken dan terug vanuit de antwoordopties. Vaak valt een optie meteen af omdat hij even is terwijl de reeks oneven moet blijven, of andersom.

Tempo: hoe snel moet je zijn?

In onze oefentest maak je 25 reeksen in 15 minuten. Dat is gemiddeld 36 seconden per reeks. De eerste reeksen kosten je maar een paar seconden, waardoor je tijd overhoudt voor de lastige aan het eind. Echte tests verschillen per aanbieder in aantal vragen en tijd, maar het principe is overal hetzelfde: je hebt net te weinig tijd om alles rustig uit te zoeken.

Blijf daarom nooit hangen. Zie je na een halve minuut nog geen regel, kies dan het antwoord dat het meest waarschijnlijk is en ga verder. Een gok op vijf opties heeft altijd één kans op vijf, een lege vraag levert niets op. Heb je aan het eind tijd over, ga dan terug naar de reeksen die je hebt overgeslagen.

Zo oefen je cijferreeksen in een week

Heb je je assessment over een week? Oefen dan elke dag een kwartier tot een half uur, en steeds op één onderdeel tegelijk:

  • Dag 1: maak de gratis oefentest zonder voorbereiding. Zo weet je waar je staat.
  • Dag 2 en 3: lees de uitleg bij elke fout. Schrijf op bij welk patroon je vastliep.
  • Dag 4: oefen alleen die patronen, bijvoorbeeld twee reeksen door elkaar of verdubbelende verschillen.
  • Dag 5: train je hoofdrekenen. Ken de tafels tot 12, de kwadraten tot 15² en de derde machten tot 6³ uit je hoofd.
  • Dag 6 en 7: maak een complete oefentest met de klok erbij en kijk of je binnen de tijd alle reeksen haalt.
Start de gratis cijferreeksen-test

Je begint zonder account. Je e-mail of Google heb je pas aan het eind nodig, om je score te bewaren.

Zes cijferreeksen met uitwerking

Deze zes reeksen zijn gebaseerd op vragen uit onze volledige oefentests en lopen op van makkelijk naar moeilijk. Probeer elke reeks eerst zelf op te lossen voordat je de uitwerking leest.

Voorbeeld 1: Groeiend verschil
Welk getal komt op de plaats van het vraagteken? 12, 13, 17, 24, 34, 47, ?
  • A.58
  • B.60
  • C.63
  • D.64
  • E.66
Antwoord en uitleg
C. Schrijf de verschillen op: +1, +4, +7, +10, +13. Die worden steeds 3 groter, dus het volgende verschil is +16. Dan krijg je 47 + 16 = 63, antwoord C. Antwoord B (60) is de valkuil: dat krijg je als je het laatste verschil van +13 gewoon nog een keer optelt.
Voorbeeld 2: Twee reeksen door elkaar
Welk getal komt op de plaats van het vraagteken? 6, 50, 9, 46, 12, 42, 15, ?
  • A.18
  • B.38
  • C.39
  • D.40
  • E.45
Antwoord en uitleg
B. De reeks springt op en neer, dus splits hem. Op de oneven plaatsen staan 6, 9, 12, 15 (steeds +3). Op de even plaatsen staan 50, 46, 42 (steeds -4). Het vraagteken staat op de 8e plaats, een even plaats, dus het hoort bij de tweede reeks: 42 - 4 = 38, antwoord B. Antwoord A (18) is het volgende getal van de verkeerde reeks.
Voorbeeld 3: Kwadraten
Welk getal komt op de plaats van het vraagteken? 3, 8, 15, 24, 35, 48, ?
  • A.56
  • B.61
  • C.63
  • D.64
  • E.65
Antwoord en uitleg
C. Herken je 4, 9, 16, 25, 36, 49? Elk getal is een kwadraat min 1: 2² - 1 = 3, 3² - 1 = 8, tot 7² - 1 = 48. Het volgende is 8² - 1 = 63, antwoord C. Zie je de kwadraten niet, dan kom je er via de verschillen ook: +5, +7, +9, +11, +13, dus daarna +15 en 48 + 15 = 63. Antwoord D (64) is het kwadraat zelf, zonder de -1.
Voorbeeld 4: Afwisselende bewerkingen
Welk getal komt op de plaats van het vraagteken? 4, 12, 9, 27, 24, 72, ?
  • A.66
  • B.69
  • C.75
  • D.213
  • E.216
Antwoord en uitleg
B. Er wisselen twee bewerkingen elkaar af: ×3 en -3. Van 4 naar 12 is ×3, van 12 naar 9 is -3, van 9 naar 27 is weer ×3, en zo verder. Na 72 komt een -3-stap: 72 - 3 = 69, antwoord B. Antwoord E (216) krijg je als je de beurt van de bewerkingen verkeerd telt en nog een keer met 3 vermenigvuldigt.
Voorbeeld 5: Som van de vorige twee
Welk getal komt op de plaats van het vraagteken? 2, 5, 7, 12, 19, 31, ?
  • A.43
  • B.48
  • C.50
  • D.51
  • E.62
Antwoord en uitleg
C. De verschillen (+3, +2, +5, +7, +12) volgen geen vaste stap, maar ze lijken wel op de reeks zelf. Dat is het teken: elk getal is de som van de twee getallen ervoor. 5 + 7 = 12, 7 + 12 = 19, 12 + 19 = 31. Het volgende is 19 + 31 = 50, antwoord C. Antwoord E (62) is 31 × 2, een gok op verdubbelen die bij de eerdere getallen niet klopt.
Voorbeeld 6: Verschillen van verschillen
Welk getal komt op de plaats van het vraagteken? 5, 6, 8, 12, 19, 30, ?
  • A.41
  • B.44
  • C.46
  • D.47
  • E.52
Antwoord en uitleg
C. De verschillen zijn +1, +2, +4, +7, +11. Die lijken eerst te verdubbelen, maar +7 klopt daar niet mee. Kijk dus een rij lager: de verschillen groeien met 1, 2, 3 en 4. De volgende groei is 5, dus het volgende verschil is 11 + 5 = 16. Het antwoord is 30 + 16 = 46, antwoord C. Antwoord A (41) krijg je als je het verschil van +11 herhaalt, en wie op verdubbelen gokt, komt uit op 30 + 22 = 52, antwoord E.
Start de gratis cijferreeksen-test

Je begint zonder account. Je e-mail of Google heb je pas aan het eind nodig, om je score te bewaren.

Veelgestelde vragen

Oefen 25 cijferreeksen met de klok erbij

15 minuten, vijf antwoordmogelijkheden per reeks en een uitleg bij elk antwoord. Je begint zonder account.

Start de gratis cijferreeksen-test