PrepClubsPrepClubs
Sollicitatie-assessment

Assessment oefenen: zo bereid je je voor op elk onderdeel

Een assessment is een sollicitatieonderdeel waarin een werkgever test hoe je denkt, werkt en met mensen omgaat. Het klinkt spannend, maar de onderdelen zijn voorspelbaar: bijna altijd een capaciteitentest, vaak een persoonlijkheidsvragenlijst en soms een rollenspel of case. Op deze pagina lees je wat elk onderdeel inhoudt, hoe je het oefent en maak je vijf voorbeeldvragen met volledige uitwerking.

Redactie PrepClubs, bijgewerkt op 28 oktober 2026

Kort antwoord

Een assessment bestaat meestal uit een capaciteitentest (verbaal, numeriek en abstract), een persoonlijkheidsvragenlijst en soms een praktijksimulatie zoals een rollenspel, case of postbakoefening. Oefenen loont vooral bij de capaciteitentest: daar telt tempo en wie de vraagtypes al kent, wint tijd. De persoonlijkheidsvragenlijst oefen je niet, die vul je eerlijk en consequent in. Voor de simulaties helpt het om vooraf te weten wat er beoordeeld wordt.

Vaste onderdelen
2 tot 4
afhankelijk van functie en bureau
Duur
Halve tot hele dag
online deel vaak vooraf thuis
Beste rendement
Capaciteitentest
tempo is te trainen
Gratis oefentest
30 vragen
35 minuten, in het Nederlands
Oefen de capaciteitentest gratis

30 vragen in 35 minuten: verbaal, numeriek en abstract. Je begint zonder account en krijgt uitleg bij elk antwoord.

Wat is een assessment?

Een assessment is een selectiemethode waarbij een werkgever, vaak via een gespecialiseerd bureau, je vaardigheden en gedrag meet. Je krijgt het meestal in de laatste ronde van een sollicitatie, maar steeds vaker ook al aan het begin: dan maak je de capaciteitentest online, thuis, voordat je op gesprek komt.

Overheid, politie, Defensie, banken, consultancy en traineeships werken bijna altijd met een assessment. Ook bij interne promoties naar een leidinggevende functie is het gebruikelijk. De uitkomst is een rapport dat de werkgever naast je cv en je gesprekken legt.

Welke onderdelen kun je verwachten?

De onderdelen van een assessment en hoe je ze oefent
OnderdeelWat er gemeten wordtKun je het oefenen?
CapaciteitentestDenkvermogen: taal, rekenen, cijferreeksen, figurenJa, sterk. Tempo en bekendheid met vraagtypes tellen
PersoonlijkheidsvragenlijstHoe je werkt, samenwerkt en met druk omgaatNee. Vul eerlijk en consequent in
RollenspelGesprekstechniek, bijvoorbeeld met een ontevreden klant of medewerkerJa, door het gespreksdoel en een vaste opbouw te kennen
Case of analyse-opdrachtInformatie ordenen, prioriteren en een advies onderbouwenJa, met een vast stappenplan
PostbakoefeningPlannen en prioriteren onder tijdsdrukJa, met een systeem voor urgent en belangrijk
Interview met de assessorDoorvragen op je resultaten en je motivatieJa, met voorbeelden uit je eigen werk
Oefen de capaciteitentest gratis

30 vragen in 35 minuten: verbaal, numeriek en abstract. Je begint zonder account en krijgt uitleg bij elk antwoord.

De capaciteitentest: hier valt het meeste te winnen

Bijna elk assessment bevat een capaciteitentest. Je krijgt verbale vragen (analogieën, synoniemen, tekstbegrip), numerieke vragen (cijferreeksen, rekenvragen met procenten en verhoudingen) en abstracte vragen (figuurreeksen en matrices). Je score wordt vergeleken met een normgroep van hetzelfde opleidingsniveau.

Omdat de tijd krap is, maakt oefening een duidelijk verschil. Wie de vraagtypes al kent, leest de opdracht niet meer en gaat direct rekenen. Begin met een volledige oefentest om te zien waar je staat en oefen daarna gericht het onderdeel waar je de meeste tijd verliest. Cijferreeksen zijn voor veel kandidaten het lastigste deel: daarvoor hebben we een aparte pagina met regels en uitgewerkte voorbeelden.

Oefen de capaciteitentest gratis

30 vragen in 35 minuten: verbaal, numeriek en abstract. Je begint zonder account en krijgt uitleg bij elk antwoord.

De persoonlijkheidsvragenlijst

Hier zijn geen goede of foute antwoorden. De vragenlijst brengt in kaart hoe je werkt: zelfstandig of liever in een team, gestructureerd of flexibel, rustig of juist gedreven onder druk. Veel vragen komen in een andere vorm terug, zodat de uitkomst laat zien of je consequent antwoordt.

Probeer dus niet het "ideale profiel" in te vullen. Inconsistente antwoorden vallen op en de assessor bespreekt de uitkomst vaak met je. Lees de vacature wel goed, zodat je in het gesprek voorbeelden paraat hebt die passen bij wat de functie vraagt.

Rollenspel, case en postbakoefening

  • Rollenspel: een acteur speelt een klant, collega of medewerker. Bepaal vooraf je gespreksdoel, luister eerst, vat samen en maak aan het eind concrete afspraken.
  • Case: je krijgt een dossier en een vraag. Lees eerst de vraag, dan pas het dossier. Werk naar een duidelijk advies met twee of drie argumenten en benoem de risico's.
  • Postbakoefening: een mailbox vol berichten met te weinig tijd. Sorteer eerst alles op urgent en belangrijk, handel dan het belangrijkste af en delegeer de rest met een korte toelichting.
  • Bij alle simulaties: de assessor beoordeelt je gedrag, niet of je het "juiste" antwoord vindt. Laat je denkstappen zien en zeg wat je doet.

Tips voor de dag zelf

  • Slaap goed en eet iets: concentratie bepaalt je score op de capaciteitentest meer dan je denkt.
  • Neem je legitimatie mee. Bij een online test: zorg voor een rustige ruimte en een stabiele internetverbinding.
  • Lees elke instructie goed, ook als je denkt het vraagtype te kennen.
  • Blijf niet hangen op één vraag. Gok als je vastzit, want bij de meeste tests kost een fout antwoord geen punten extra.
  • Vraag na afloop of je het rapport mag inzien. Dat is bij veel bureaus gebruikelijk.

Vijf voorbeeldvragen uit de capaciteitentest, met uitwerking

Eigen voorbeeldvragen van PrepClubs in het formaat van een assessment. Geef jezelf ongeveer een minuut per vraag en gebruik geen rekenmachine.

Voorbeeld 1: Verbaal: analogie
Boek staat tot bibliotheek als schilderij staat tot ...
  • A.kunstenaar
  • B.museum
  • C.lijst
  • D.verf
  • E.veiling
Antwoord en uitleg
B. Een bibliotheek is de plek waar boeken worden bewaard en getoond. De plek waar schilderijen worden bewaard en getoond is een museum. Kunstenaar en verf horen bij het maken van een schilderij, niet bij de plek.
Voorbeeld 2: Verbaal: tegenstelling
Wat is het tegenovergestelde van "schaars"?
  • A.zeldzaam
  • B.overvloedig
  • C.duur
  • D.karig
  • E.gering
Antwoord en uitleg
B. Schaars betekent dat er weinig van iets is. Het tegenovergestelde is overvloedig. Zeldzaam, karig en gering betekenen ongeveer hetzelfde als schaars, dus die vallen af.
Voorbeeld 3: Numeriek: cijferreeks
Welk getal komt hierna? 3, 6, 11, 18, 27, ?
  • A.36
  • B.38
  • C.40
  • D.35
  • E.42
Antwoord en uitleg
B. De verschillen zijn 3, 5, 7, 9: steeds 2 meer. Het volgende verschil is 11, dus 27 + 11 = 38.
Voorbeeld 4: Numeriek: rekenen
Een jas kost 80 euro. In de uitverkoop gaat er 25 procent af. Hoeveel betaal je?
  • A.55 euro
  • B.60 euro
  • C.62 euro
  • D.65 euro
  • E.70 euro
Antwoord en uitleg
B. 25 procent is een kwart. Een kwart van 80 is 20, dus je betaalt 80 - 20 = 60 euro. Bij procenten als 10, 25 en 50 is werken met breuken sneller dan rekenen met decimalen.
Voorbeeld 5: Numeriek: verhouding
Vier medewerkers verwerken samen 120 aanvragen per dag. Hoeveel aanvragen verwerken zes medewerkers per dag, als iedereen even snel werkt?
  • A.150
  • B.160
  • C.180
  • D.200
  • E.240
Antwoord en uitleg
C. Eén medewerker verwerkt 120 / 4 = 30 aanvragen per dag. Zes medewerkers verwerken dus 6 × 30 = 180 aanvragen.
Oefen de capaciteitentest gratis

30 vragen in 35 minuten: verbaal, numeriek en abstract. Je begint zonder account en krijgt uitleg bij elk antwoord.

Veelgestelde vragen

Begin met het onderdeel dat het meest oplevert

Maak de gratis capaciteitentest: 30 vragen in 35 minuten, verbaal, numeriek en abstract, met uitleg bij elk antwoord.

Oefen de capaciteitentest gratis